Buitenkant Kasteel Limbricht

kasteel Limbricht in vogelvlucht


Vóór 1100: bouw van een motte-kasteel (kasteel op een kunstmatige heuvel) waarschijnlijk een houten woontoren met neerhof; eerste zaalkerkje
rond 1200: waarschijnlijke vervanging van een houten toren door een stenen toren.
vóór 1300: de eerste “heren van Lemborch”, uitbreiding toren; bouw absis aan het kerkje met fresco’s (uniek in Nederland).
15de en 16de eeuw: familie Scheiffart van Merode breide het kerkje uit. 
1619 Nicolaas van Breyll erft de vrije rijksheerlijk-heid Limbricht en bouwt het huidige renaissancekasteel met voorburcht (tot 1630)
1674 Entgen Luyten wordt beschuldigd van “hexerei en quade toverei” en sterft onder verdachte omstandigheden in de kasteelkerker.
18de eeuw familie Van Bentinck 1810 H.J. Michiels van Kessenich koopt Limbricht.
1813/1814 kasteel dient als lazaret voor duizenden zieke en gewonde Franse soldaten, die terugkeren van de volkerenslag bij Leipzig.
1955 kasteel wordt aangekocht door het Bisschoppelijk College Sittard, resp. de Stichting Kasteel Limbricht, die in 1961 ook het kerkje koopt; een grootscheepse restauratie wordt gestart
2005 veiligstellen watertoevoer grachten 50-jarig jubileum Stichting Kasteel Limbricht.


 

Sint Salvius kerkje

 

Onder de vleugels van Stichting Kasteel Limbricht vallen het hoofdkasteel (nu als kantoor in gebruik), de hoeve (als horeca gelegenheid) en het Sint Salvius kerkje.




Het oorspronkelijke zaalkerkje van 17x10 m, waarvan aan de noordzijde een muur is opgebouwd uit maaskeien die bijna geheel bewaard zij, dateert van het einde van de tiende eeuw. In de elfde en eind dertiende eeuw wordt het zaalkerkje met een priesterkoor uitgebreid. Romaanse elementen vermengen zich met eerste kenmerken van de vroege Gotiek. Binnen zijn de Gotische ribgewelven te herkennen. De kasteelheren van Limbricht, een vrijheerlijkheid omgeven door Guliks gebied, laten het kerkje enkele keren uitbreiden; er komt een toren in 1458, een zijbeuk met Anna-altaar in 1510. De meest ingrijpende verbouwing vindt plaats in 1651. Het uiterlijk verandert dan aanzienlijk doordat een verhoogd dubbel zadeldak met trapgevels wordt aangebracht.

De gewelfschilderingen:
Pastoor Fredericus van Lemborgh, de broer van de toenmalige heer van Limbricht, laat bij de bouw van de absis rond 1275 gewelfschilderingen aanbrengen. Omdat Fredericus tevens deken van Sint-Severinuskapittel te Keulen is, krijgt een Rijnlandse schilder de opdracht daartoe. Hieruit is de centrale plaats van het tafereel met de Driekoningen, de stadspatronen van Keulen, te verklaren. In december 1977 worden onder ca. twintig kalklagen belangrijke gewelfschilderingen ontdekt. Het kunsthistorisch belang hiervan wordt door deskundigen meteen onderkend. Het blijken twee volledige cycli uit de 13e eeuw. De oudste en meest complete in Nederland. De onderdelen van de Maria cyclus in de absis zijn: de boodschap aan de engel Gabriël aan Maria, de geboorte van Jezus, de aanbidding door de koningen, het bericht aan de herders, de kindermoord te Bethlehem, de vlucht naar Egypte en de kroning van Maria door Christus. Het Laatste Oordeel en Christus' Hemelvaart in de vier gewelfdelen van de koortravee zijn ten gevolge van ernstige beschadigingen incompleet. Herkenbaar zijn nog de Hemelvaart en fragmenten van het Laatste Oordeel. We zien Petrus aan de hemelpoort en aan de overzijde het hellemonster. De gewelfschilderingen zijn gerestaureerd door restaurateur Evert Schoonekamp die hieraan van oktober 1981 tot januari 1984 heeft gewerkt.

Interieur
De kerk en het hoofdaltaar zijn toegewijd aan St. Salvius, een martelaar die in de achtste eeuw het geloof verkondigde in de buurt van het Franse Valenciennes en er de marteldood stierf. De zijaltaren zijn toegewijd aan Maria, Anna en Mathias. Tegen de noordmuur van het koor is een fraaie marmeren memorieplaat van het geslacht Van Breijl, bouwers van het kasteel, uit 1688 ingemetseld. Oorspronkelijk bedekte deze de grafkelder onder het priesterkoor. Vrij zeldzaam is de aanwezige hardstenen piscine aan de achterzijde van het priesterkoor. Vooral onder Frans Page (Pastoor van 1797-1834) wijzigde het interieur. Hij verwierf in 1803 een pijporgel, dat rond 1700 voor het Sittardse klooster St. Agnetenberg is gebouwd door Brammerts in Korneliemunster. Het is in 1989 door de firma Verschueren uit Heythuysen gerestaureerd. Ook de koorbanken uit Heinsberg, een preekstoel uit Geldern met zestiende-eeuwse beelden van de vier wersterse kerkvaders, werden door pastoor Page in de kerk geplaatst. De fraaie communiebank dateert uit 1835. Aan Joannes Gouverne uit Sittard (1739-1812) gaf Page opdracht om enkele schiderijen te vervaardigen. Ook deze zijn bij de restauratie betrokken. Het voornaamste schilderij in het kerkje is een kopie naar een doek dat Rubens in 1623 schilderde voor de Rochus-broederschap in Aalst. Het schilderij van de zalig stervende verwijst naar De Broederschap "van den heyligen doodt-strijdt". In de doopkapel is de doop van Christus in de Jordaan in strucwerk uit de negentiende eeuw aangebracht. Achter de kerk staat een Romeinse askist die in 1817 in de buurt van de kerk is opgegreven. De biechtstoel (midden 19e eeuw) die tot 1923 in deze kerk stond en toen in de Augustijnenkerk in Maastricht kwam te staan, is op 15 september 2000 na restauratie terug geplaatst. In het fraaie houtsnijwerk herkennen we Petrus en Maria Magdalena. In 2001 is het beeld van St. Salvius, vervaardigd uit Bamberger zandsteen door Ton Mooy, achter in de kerk geplaatst.

Concertagenda en openingstijden Oude Salviuskerkje
Voor meer informatie over de de concerten en openingstijden kunt u terecht bij killian@planet.nl

Salvius Kerkje Limbricht

Oude Salviuskerk Limbricht

 

Geschiedenis van kasteel Limbricht

Geschiedenis Kasteel Limbricht .

 

De geschiedenis van Kasteel Limbricht gaat helemaal terug naar 1100, rond deze tijd is het motte kasteel gebouwd. Dit betekent dat het kasteel ter bescherming op een kunstmatige heuvel is gebouwd. Waarschijnlijk was het niet meer dan een houten woontoren met neerhof met een zaalkerkje.

Rond 1200 is de houten toren vervangen door een stenen toren. Hermannus de Lemburg, de oudst bekende heer van Limbricht, leent de heerlijkheid Limbricht aan de hertogen van Brabant, d.w.z. dat deze hier volgens eigen goeddunken mochten verschijnen en er desnoods een bezetting mochten leggen. In de dertiende eeuw werd de toren uitgebreid met een schildmuur.

In de 14e eeuw begonnen de heerlijkheden een eigen munt te voeren. Of de heren van Limbricht het muntrecht bezaten is niet bekend, wel hebben ze het uitgeoefend; en indien ze munten geslagen hebben er zonder er recht toe gehad te hebben, zal de muntplaats waarschijnlijk kasteel Limbricht geweest zijn.

In de 15e eeuw word het kerkje uitgebreid en word het kasteel bewoond door de Scheiffart’s van Merode. Tijdens de 80 jarige oorlog had Johan V Scheiffart van Merode, heer van Limbricht, de bedoeling “de heerlyckheyt te submitteren aan den Culiksen Raede van Düsseldorf”. Maar na problemen over de erfopvolging te Limbricht in de Scheiffart van Merode familie, komt het kasteel tenslotte toe aan Nicolaas van Breyll. Hij bouwt het huidige renaissance kasteel met voorburcht. In Gulikse was men zo ontdaan over het ontstaan van zo’n sterke burcht in de enclave dat men onmiddellijk een poging ondernam haar in handen te krijgen. Na verschillende mislukte pogingen was het in 1650 raak, het kasteel werd geplunderd, nadat eigen onderdanen zich hadden verenigd met Gulikse onderzaten en soldaten.

In 1674 wordt Entgen Luyten beschuldigd van “hexerei en quade toeverei”. Ze ontkende alle schuld maar ze werd toch veroordeeld tot toepassing van tortuur. Na verschillende verhoren is de verdachte uiteindelijk dood aangetroffen in de gevangenis met de strop om de nek. De uiteindelijke conclusie die der doctoren: zelfmoord. Ze is overleden in de kerkers van het kasteel Limbricht. Ze is de laatste ‘heks’ die in Nederland gedood is.

Op 1 maart 1705 overlijdt te Limbricht Elisabeth Cecilia van Breyll, de laatste uit het geslacht der Breyll’s tot Limbricht. Erfgenaam van de heerlijkheid Limbricht en de bezittingen van dit huis wordt dan Frans Nicolaas, baron van Bentinck.

Nadat Napoleon in 1814 werd verslagen, diende het kasteel als lazaret voor duizenden zieke en gewonde Franse soldaten die terugkeren van de volkerenslag bij Leipzig. Circa 7000 soldaten werden hier opgevangen tussen 1813 en 1814. Ruim 700 van deze soldaten zijn in dat jaar overleden en tegenover het kasteel begraven.

In de eerste wereld oorlog in 1917 werd het kasteel een interneringskamp voor smokkelaars en Duitse soldaten die, al of niet moedwillig, de grens overkwamen.

In 1955 wordt het kasteel aangekocht door het Bischoppelijk College Sittard, resp. de Stichting Kasteel Limbricht, die in 1961 ook het kerkje koopt. Een grootscheepse restauratie wordt gestart, die in 1984 voltooid wordt.

In 2005 worden de wateroever grachten veiliggesteld en vierde Stichting Kasteel Limbricht hun 50 jarig jubileum

 

Logo Kasteel Limbricht Wikipedia

Middeleeuwse sfeer
Deze maand in
Kasteel Limbricht:

05-02 Word ridder op ...
08-02 Carnavalsschmin...
10-02 Moorddiner: All...
11-02 Vier valentijn ...
14-02 Vier valentijn ...
15-02 Carnavalsschmin...
15-02 Carnavalsschmin...
18-02 18 t/m 22 febru...
04-03 Word ridder op ...